Luc Hagenaars

Koers in Maleisië

Rit 5 van de afgelopen Jelajah Malaysia was er een van liefst 230 km, trekkende van Pekan aan de oostkust naar Bentong in het binnenland. Met een vroege start en een lange verplaatsing naar de startplek en een lange verplaatsing van de finish naar het nieuwe hotel beloofde het in ieder geval een lange dag te worden...

Ik en andere renners waren dan ook tamelijk tevreden toen (voor de eerste keer deze ronde) al vrij snel in de koers een klein kopgroepje aan de haal ging en de ploeg van de leider aanstalte maakte de wedstrijd te controleren. Dit met als gevolg dat ik en zo'n 80 collega's een plaspauze inlasten, iets wat niet perse stom was in zo'n lange rit. Toen ik weer opstapte en samen met mijn mede-plassers terug richting het peloton fietste was mijn verbazing dan ook groot toen alles op een lint was en we serieus gas moesten geven om überhaupt terug te komen. Toen dit bewerkstelligd was was de verhouding dan ook even zoek en werd er vooral over en weer gescholden...

Even later gingen de boosdoeners, te weten de ploeg van de leider, dan toch opnieuw controlerend op kop rijden en werd er tot op 70 km van de meet rustig gereden. Vanaf 70 km was het dan opnieuw vooral een spel van demarreren en nog eens demarreren, ik was attent en was als een van de eersten mee in de kopgroep van uiteindelijk 38 man. Met mij trouwens ook liefst 4 ploegmaten! Overigens was de leider van het algemeen klassement zelf niet mee, daar hadden we hem toch maar mooi terug gepakt voor het volle bak doorrijden tijdens de plaspauze!!

David Kopp sprintte dan net naast de overwinning, hij werd 2e en het tweede deel van de dag kon beginnen. Dat wil zeggen, regelen dat er eindelijk een bus komt die de renners van de finish naar het hotel brengt! Na wachten, jezelf ergeren, wachten en nog meer wachten kwam er dan eindelijk een en werden we naar ons hotel in het centrum van Kuala Lumpur gebracht. Na deze lange dag, concludeerde ik met het uitzicht vanuit mijn hotelkamer op de Petronas Towers dat wielrennen in Azië toch net effe anders maar nog steeds geweldig is!

Kansloze dag in Zwolle

Een dag na mijn seizoensopener in de Ster van Zwolle blik ik terug op een tamelijk kansloze dag. Zoals mijn nieuwspagina al vermeldt heb ik in deze koers niet langer dan een uur mee gereden, een valpartij zorgde voor een vroegtijdig einde van mijn seizoensopening. Wat daarna volgde zal ik hier even proberen te omschrijven. Nadat ik bij de verzorging was afgezet ben ik, verrijkt met enkele schaafwonden, snel richting douches gegaan om hier mijn wonden schoon te maken. Na dit (pijnlijke) klusje was het wachten op de finish van mijn collega's. Iets wat voor je gevoel zo ontzettend lang duurt... Bij het finishen van de wedstrijd voel je je ontzettend kl*te, je wilt immers niet aan de kant staan in een wedstrijd waar je zelf aan mee deed!!

Daarna volgde een lange reis terug naar Maastricht, waarin je blijft malen en malen over wat er gebeurd is en wat je nu mist aan wedstrijdritme/-hardheid. Gelukkig heb ik het 's avonds van me af kunnen zetten, de focus gaat nu naar de Jelajah Malaysia die volgende week dinsdag begint!! Vrijdag vliegen we, tot die tijd zal ik hier nog een aantal kwalitatief goede training afwerken om zo met de rittenkoers in Maleisië mijn topvorm te bereiken.

Seizoensreflectie 2010

Tegen het einde van het kalenderjaar 2010 kijk ik terug op mijn afgelopen wielerseizoen, een eerste in buitenlandse 'dienst'.

Ik begon mijn seizoen met een reeks ééndagskoersen in België, Nederland en Duitsland. Van eind februari tot half april had ik in zeer zware wedstrijden als Groene Hart, Hel vh Mergelland, GP Pino Cerami, Rund um Köln en Ronde van Drenthe telkens een goede en constante vorm. Door wat tactische fouten en een ontbrekend stukje geluk wat in wedstrijden van dit niveau nodig is wist ik geen echte uitslagen te rijden, een 18, 25e en 28e plek in resp. Köln, Groene Hart en Nokere lieten wel zien dat de vorm prima was.

Eind april stond dan de Vuelta Mexico op het programma, een mooie maar zeer lastige koers op grote hoogtes en met de nodige beklimmingen. Hier heb ik me prima in vorm weten te rijden voor de wedstrijden in mei/juni.

Bij terugkomst ontbrak in eerste instantie opnieuw het laatste procentje om echt tot topuitslagen te komen. De laatste rit in Fleche du Sud bracht hier een stukje verandering in, een 7e plek in een lastige rit was mijn deel. Ik trok deze lijn door door in de 1.1-koers Neuseen Classics naar een 8e plaats te sprinten en in de 1e rit van de hoogaangeschreven Bayern-Rundfahrt mee te zitten in een lange vlucht. Na de Bayern-Rundfahrt reed ik een geweldige koers in de Ronde van Limburg, naast 4e te worden en de strijdlust en bergprijs te winnen denk ik te mogen zeggen dat ik hier een knap staaltje fietsen heb laten zien. Eind juni reed ik dan een goed eerste NK tussen de beroepsrenners door op een lastig parcours 14e te eindigen.

In juli volgden na een trainingsperiode 2 redelijke uitslagen, een 8e plek in de lastige Franse 1.2-koers GP Pont a Marcq en een 5e plek in de eveneens lastige Omloop Schin op Geul. Na wat na-tour criteriums trok ik dan naar de Tour des Pyrénées.

Hier behaalde ik bergop een meer dan behoorlijk niveau voor mijn doen en deed ik een serieuze gooi naar de etappewinst in de laatste rit, helaas was me dit niet gegund, slechts plek 9 was mijn deel.

Eind augustus en september gooiden in eerste instantie wat pechgevallen en in tweede instantie een stuk vermoeidheid van een al lang en druk seizoen roet in het eten, gelukkig echter was ik in oktober al weer prima in orde om een deftig seizoenseinde in Azië te bewerkstelligen. Hoewel ik hier weinig persoonlijke resultaten behaalde had ik meer dan een bescheiden aandeel in het succes van de ploeg, iets wat ik volgend jaar zeker terug kan verwachten!

Zoals u misschien als een rode draad door mijn verhaal heen leest, was mijn afgelopen seizoen op een constant en hoog niveau. Helaas heb ik geen echt klinkende uitslag in de vorm van een overwinning/topuitslag in een profkoers neer kunnen zetten. Ik weet echter waar ik steken heb laten vallen, het feit dat ik afgelopen jaar een aantal periodes/wedstrijden had waarin een mooie overwinning/topuitslag in profkoers er zeker in zat geeft me vertrouwen dat dit 'kwartje volgend jaar wel eens de goede kant op kan vallen'. Het feit dat ik afgelopen seizoen een deftige 84 wedstrijddagen op de teller heb weten te brengen geeft me denk ik ook een stevige basis om er volgend jaar weer een schepje bovenop te doen.

Met wat meer rustige trainingsperiodes tussen de wedstrijden door zal ik volgend jaar proberen wat meer piekmomenten in te bouwen. Dit zal bij dezelfde ploeg zijn, welke volgend seizoen als Eddy Merckx-Indeland door het leven zal gaan. Zoals al verteld was de sfeer en teamgeest in Azië aan het einde van het seizoen bijzonder goed te noemen, alle renners die deel uitmaakten van dit succes blijven, dus de kans is groot dat we volgend jaar meteen op dit elan door gaan. Met een meer dan behoorlijk wedstrijdprogramma kan ik de soms wat gebrekkige organisatie van de ploeg dan ook niet als hinderlijk beschouwen. Kortom, ik heb er weer zin in!

Column voor CityMarketing Bergen op Zoom

Deze Column schreef ik een tijdje terug voor CityMarketing Bergen op Zoom, een bureau ter promotie van mijn geboortestad ('Aangenaam Bergen op Zoom'). Ikzelf lever dus ook af en toe een kleine bijdrage hieraan, zoals de onderstaande column.

Luc Hagenaars, ambassadeur van Bergen op Zoom 21-07-2010


"Een aantal weken terug werd ik door CityMarketing Bergen op Zoom gevraagd of ik een bijdrage wilde leveren over mijn gevoelens en gedachtes over mijn geboortestad Bergen op Zoom. Vanwege mijn activiteiten als semi-professioneel wielrenner geniet ik een kleine bekendheid in deze stad en draag ik graag mijn bescheiden steentje bij aan de promotie van Bergen op Zoom!

Ter introductie zal ik mezelf eerst even kort voorstellen.

Mijn naam is dus Luc Hagenaars, geboren op 27-7-1987 te Bergen op Zoom. Zoon van ex-galeriehoudster (kunstgalerie ‘De Mollegangen) Corrie Hagenaars en ex-Kendrion Van Niftrik (plasticfabriek te Putte) medewerker Cees Hagenaars. Opgegroeid in hartje Bergen op Zoom, namelijk in het pittoreske Molstraatje en geschoold op RSG 't Rijks. Sinds 2002 actief als wielrenner, sinds 2007 actief als semi-professioneel wielrenner. Voor de studie (bijna klaar met Bachelor Gezondheidswetenschappen aan de Maastricht University) en het trainingsgebied in de Limburgse heuvels in 2005 verhuisd naar Maastricht, waar ik tot op heden samenwoon met Viola.

Hieronder mijn belevenissen in de Ronde van Limburg en de Oberösterreich Rundfahrt:

Zondag 6 juni jl. stond voor mij een ‘thuiswedstrijd' op het programma: de Ronde van Limburg. Gekke gewaarwording van het opgegroeid zijn in West-Brabant en het wonen in Zuid-Limburg is dat je eigenlijk vrij veel ‘thuiswedstrijden' hebt, naast Zuid-Limburgse wedstrijden als de Ronde van Limburg, Hel van het Mergelland en ook vaak het Nederlands Kampioenschap zijn er ook een boel wedstrijden bij Bergen op Zoom in de buurt, zoals de Schaal Sels die door de Ossendrechtse/Woensdrechtse polders trekt, Delta Tour Zeeland en criteriums als de Draai van de Kaai in Roosendaal.

Affin, de Ronde van Limburg werd voor mij een succes, na een zeer aanvallende wedstrijd (al na 5 km was ik in de aanval te vinden, wat me de strijdlustige renner maakte) met een sterk gevoel op de vele Limburgse klimmetjes, won ik de bergprijs en finishte uiteindelijk als 4e. Dit terwijl ik in de laatste 5 km nog een aantal keer op koers lag om te winnen, helaas echter haalden mijn concurrenten me telkens terug en kon ik geen rol van betekenis meer spelen in de sprint voor de overwinning. Gestreden maar verloren had ik, iets waar ik toch wel trots op ben in een van Nederlands bekendste amateurklassiekers.

Na de Ronde van Limburg stond dan de Oberösterreich Rundfahrt op het programma. Als lid van een Duitse ploeg rijd ik vrij regelmatig wedstrijden in Duitsland, dit keer was Oostenrijk aan de beurt. Zoals ook in Duitsland hebben veel steden in Oostenrijk een mooie oude binnenstad, zo ook Linz, de stad waar wij verbleven. Tippen aan de Markt met Peperbus en De Maagd en het Markiezenhof deed het volgens mijn subjectieve mening echter bij lange na niet.

Over de wedstrijd kan ik jammer genoeg kort zijn. Al na 60 km in de 1e rit was ik uit koers, na de lange autorit de dag ervoor ben ik ziek geworden en met een zeer lastig parcours in de bloedhitte kan je zonder topfit te zijn gewoon niet mee. Bijzonder jammer, maar dat is de harde realiteit van het leven als wielrenner.Na terugkomst in Nederland kon ik gelukkig een paar dagen van mijn ziekte herstellen en weer wat trainingen afwerken. Want de volgende uitdaging, het Nederlands Kampioenschap in Beek kwam ook alweer in zicht. Via mijn website http://www.luchagenaars.nl/ kunt u op de hoogte blijven van mijn prestaties!

230 km Stof happen in de woestijn van Mexico

Etappe 4 van de afgelopen Vuelta Mexico bracht het peloton van Orizaba naar Tlaxcala. Om dit te bewerkstelligen, moest echter een flinke afstand worden overbrugd, 230 km maar liefst. Een leuk begin van de rit was de Puerte del Aire, 2300 meter hoog terwijl we van 1220 meter kwamen. Op deze klim ontplofte de koers meteen, de Colombiaanse leider in de America Tour Gregorio Ladino begon aan de klim alsof deze 2 km lang was en alles spatte uiteen.

Zelf was ik blij een '25' kransje op mijn achterwiel te hebben, en klauterde ik mezelf een weg omhoog. In een redelijk groepje kwam ik over de top en wachtte me nog 190 'vlakke' kilometers.

Dat de rit lang zou duren was me van tevoren ook wel bekend. Maar voor mijn gevoel duurde de rit pas echt eindeloos, omdat ik in mijn groep even later werd opgepikt door de grupetto en ons na de klim eigenlijk alleen nog maar lange, rechte wegen wachtte door een dor, verlaten en vaak saai landschap.

De woestijn waar we doorheen reden leek rechtstreeks uit een western-film te komen. Qua stereotypen ontbrak enkel de voorbij rollende strooibaal. De luie Mexicaan aan de wegkant, slapend met de sombrero op en vele cactussen waren uiteraard wel van de partij.

Vervolgens heb ik zeker elke kilometer een blik op mijn kilometerteller geworpen, wat de rit er weer langer op maakte. Gelukkig echter was er toch nog enige gang in de grupetto, waardoor we finishten met slechts 16 minuten achterstand op de winnaar. Een half uur langer en ik had echt in slaap gevallen.

Grijsharigen en enkele renners

Met het trainingskamp afgelopen weken in Calpé was ik alweer voor de derde keer achtereen in februari aan de Costa Blanca te vinden. In 2008 met mijn toenmalige ploeg P3Transfer-Batavus, vorig jaar met het KrolStonE Continental Team en dit jaar op eigen gelegenheid in een gehuurde villa met een aantal andere Nederlandse renners.

Op weg naar dit fietsparadijs is RyanAir een geliefd middel om snel en goedkoop op de plek van bestemming te komen. In het vliegtuig valt het echter op hoeveel grijsharigen er op zoek zijn naar vitamine D en ontspanning. Dan val je dus wel op als jonge gast met een enorme koffer met een fiets erin. Vele vragen over die enorme koffers werden dan ook op mij en companen afgevuurd door de pensionada's, een vraag terug over wat onze oudere medemens in zuidoost Spanje van plan is werd meestal beantwoord met: 'de zon opzoeken'.

Dat laatste viel wellicht tegen voor de meeste RyanAir klanten, de eerste 10 dagen van mijn verblijf kenmerkten zich namelijk vooral door veel bewolking, regen en zelfs een enkele sneeuwbui. Gelukkig echter voor de meeste overwinteraars kwam daar de vorige dagen een eind aan en kon men zijn of haar huid weer heerlijk laten verbranden door hun grote vriend de koperen ploert.

Racen door Yaoundé

De laatste rit van de GP Chantal Biya was niet aan mij besteed. Wegens technische problemen in rit 1 en 2 (zie het wedstrijdverslag) mocht ik namelijk niet starten hier. Om toch wat te trainen en me niet de hele dag te vervelen besloot ik voor het peloton uit te rijden en zo het parcours maar alleen af te leggen.

Na een lekke band en lang wachten op een nieuw wiel uit de karavaan (ik had zelf geen bandje bij) besloot ik verder te fietsen, maar achter de bezemwagen rijden leek me geen goed idee. Mocht ik dan nog een keer lek rijden dan zou ik echt gestrand zijn, in de bush-bush. Dus stapte ik maar in de bezemwagen.

De bestuurder van deze bus nam het schijnbaar niet zo met de combinatie alcohol-rijden. Onderweg kwam hij namelijk ´een bekende´ tegen, waarvan hij een fles kokosnotenlikeur kreeg. Lekker.

Eenmaal aangekomen bij de suburbs van finishplaats Yaoundé (eigenlijk alleen maar krotten...), zocht hij wat bekenden op en ging hij na lang oponthoud weer verder. Zo was er dus een flinke achterstand op de laatste renner en moest hij een flink gat dichtrijden.
Hij had echter een hesje en fluitje, wat blijkbaar betekende dat je als een gek door het drukke verkeer en langs de mensenmassa´s mag scheuren. Ik heb mijn ogen af en toe maar dicht gehouden en schijnbaar heb ik het overleefd.

Aanmoedigende dode aap

Voordat u denkt dat in dit verhaal geestverruimende middelen in het spel waren, zal ik dat meteen ontkrachten. In Kameroen reed ik ontspannen rond in de kopgroep. De finale was nog niet begonnen en er werd voor Afrikaanse begrippen goed samengewerkt.

Dus nam ik wat tijd om ook wat van de prachtige en bijzondere omgeving te zien. Ook bekeek ik de 'supporters' langs de kant eens goed, toch wel grappig om te zien dat die mensen echt geen idee hebben wat er allemaal voor hun ogen gebeurd. Er zal immers niet elke dag een horde wielrenners langs razen...

Ineens zag ik iemand ons luidruchtig 'aanmoedigen'. Nu deed vrijwel iedereen dit, maar deze beste man had een leuk attribuut in zijn hand. Geen vlag, toeter of iets dergelijks, maar een aap. Een dode wel te verstaan, en nog geen kleintje ook. Dolblij was hij, hij had immers weer wat te eten de komende 3 weken.

Valpartij aan de rand van de wereld

In de ploegentijdrit voor de beloftencompetitie maakte ik samen met mijn clubgenoten een buiteling, veroorzaakt door een harde wind die mijn voorwiel ging opzoeken.

Deze wedstrijd had start en finish in Midwolda, en ging door het wel zeer verlaten en verguisde poldergebied hier omheen. Ook het dorpje zelf liep bepaald niet uit voor de wedstrijd, onder zeer geringe belangstelling werd deze koers gehouden. Toch wel jammer voor een toch mooi onderdeel van de wielersport.

De valpartij gebeurde aan de achterkant van het parcours, werkelijk niets of niemand was hier te bekennen. Daar stond ik dan, met mijn dure bolide op de grond en bebloed en gebutst aan alle kanten. In de hagel, in een stormachtige wind.

U kunt zich voorstellen dat een mens zich op zo'n moment even geen raad meer met de situatie weet, en er enkele krachttermen uit smijt. Zo ook ik. Daarnaast moesten we ook nog op de fiets terug, tegen de wind in de hagelbui in. Dit omdat we niet met 6 man in de auto pasten. Ook dat nog eens.
Achteraf was dit alleen maar goed, ik had als ik in de auto was gestapt alleen maar stijver geweest de dag erna en ook kon je nu even je zinnen verzetten op de fiets. Terug in Midwolda was ik de grootste teleurstelling al weer te boven, de dag erna wachtte immers en andere koers en de focus ging nu even daar naartoe!

2 Mooie verhalen uit de Tour d'Alsace



Jos Pronk en een derailleur:

In rit 2 van de Tour d'Alsace zaten ik en Jos samen 2 keer in een omvangrijke kopgroep. De dag ervoor had Wouter, onze mekanieker nieuwe versnellingskabels op mijn fiets gemonteerd. Deze rekken dan altijd nog wat uit, waardoor ze nog even extra bijgesteld moeten worden. Dit had als gevolg dat mijn derailleurs niet perfect schakelden.

Jos staat in de ploeg bekend als een renner die (in tegenstelling tot heel wat anderen) nog een andere, heel grote, hobby heeft. Namelijk sleutelen, prullen, alles wat maar met techniek te maken heeft.

Vandaar dat ik hem in de koers om advies vroeg, waarna hij zonder te twijfelen zijn hand naar mijn achterderailleur bracht, een paar keer aan een schroefje draaide en alles weer picobello liep. En dat zonder vinger/hand/arm in mijn achterwiel! Jammer dat er geen foto van is gemaakt, moet een koddig gezicht geweest zijn...

Afgronden, mist, verlaten smalle bergweggetjes en een Krolstone vrachtwagentje

Na de aankomst in de middle of nowhere bovenop de Ballon d'Alsace, een geïmproviseerde douche met spons en een teiltje water en wat warme kleren en een broodje, begaven ik en mekanieker Wouter Santing ons naar Nederland. Vrijwel meteen reden we verkeerd, maar om nu nog een keer die hele berg op te rijden met een vrachtwagen, daar hadden we ook geen zin in.

Dus wachten tot de navigatie een alternatieve route gaf. Na een tijdje stuurde deze ons links, wij links een mooie weggetje langs een beekje door de prachtige Vogezen. Dit weggetje werd echter steeds steiler, smaller, mistiger en verlatener (kan dat woord?). Zelfs zo smal dat we hem toch een beetje gingen knijpen, als er nu namelijk een auto tegemoet zou komen zou het toch lastig worden.

En ja hoor, auto 1 kwam ons tegemoet. Wat doet die hier? Vroegen wij ons af, maar die persoon zal hetzelfde gedacht hebben over een krolstone vrachtwagen... Met de wielen angstvallig dicht bij het ravijn en de andere auto met ingeklapte spiegels langs ons en de bergwand ging dit net goed. Even later: auto 2, nu moest die auto een stuk achteruit voor deze de afgrond in reed en met veel pas en meet werk konden we elkaar langs.

Nadat de weg wat breder werd en alles iets makkelijker leek te gaan, kwam er nog een levensmoeie Fransoos in een aftands Peugeotje tegemoet gescheurd waardoor we nog bijna een wisse dood stierven.

Met een dikke 1,5 uur vertraging maar een mooi avontuur rijker konden we dan eindelijk de snelweg op en waren we in een verder dan toch wel saaie paar uur weer thuis.

Onderstaande column heb ik geschreven voor de site van de ploeg. Dit als reactie op een column van ploeggenoot Paul Sneeboer.



Moeilijke vragen Paul. Je vraagt me als wat voor renner ik mezelf zie, wat ik nog moet doen om te verbeteren en waar ik me ga laten zien. Ook een nog moeilijker te beantwoorden vraag – waar ik later ooit nog eens terecht kom – passeert de revue.

Aangezien ik het wel leuk vind om te schrijven zal ik ze dan ook allemaal uitvoerig beantwoorden:

Type renner. Je zegt me te zien als iemand die ondanks zijn jeugdige doen en laten toch goed weet wat hij kan en wil. Dit klopt denk ik ook wel, ik weet wel wat mijn sterk en minder sterke karaktertrekken zijn. Toch kan ik niet goed zeggen wat voor een type renner ik nu ben. De beste omschrijving zou een niet snelle hardrijder met redelijke klimcapaciteiten, goede inhoud en taai karakter zijn. Een hele mond vol dus. Allround? Dus ik kan redelijk mee bergop (tot voor dit seizoen had ik hier nog niet het vertrouwen in…), ben niet erg snel in de sprint, kan goed mee in de waaiers, kan een stukje alleen rijden, lange wedstrijden met een taai en uitputtend karakter liggen me wel, herstel ook goed in etappekoersen etc etc…. Allround dus!

Verbeterpunten. Hier heb ik wel een duidelijk beeld van. Ik denk dat wielrennen neer komt op veel doen. Simpel maar toch waar. Dus veel koersen, veel trainen. Maar niet té veel. En met dat laatste heb ik soms wel eens moeite. Dus een korte break in de zomer en een lange break na het seizoen zijn belangrijk. Maar daartussen denk ik dat je veel wedstrijden moet rijden, om zo de ‘body’ te krijgen en uit te groeien naar jouw eigen top. Ook vind ik dat je alle aspecten van de wielersport moet proberen te doen. Tenminste, als je een allrounder zoals ik bent. Vorig jaar bijvoorbeeld kwam ik bergop tekort, maar door dat veel te doen is dit flink verbeterd (zie Olympia’s Tour, Ster Elektro en NK). Kortom, er voor blijven gaan, ervoor blijven leven en rustig in het ‘koppie’ blijven zijn denk ik belangrijk om mijn top te behalen (en hopelijk is dat goed genoeg voor een mooie profcarrière).

Waar ga ik me laten zien? Doordat ik deze column wat laat schrijf zijn twee duidelijke seizoensdelen al voorbij: OT en NK. Ik had me aan het begin van het seizoen voorop gesteld goed te zijn in het voorjaar, OT, NK en najaar. Dus eigenlijk heel het seizoen, met OT en NK als misschien wel belangrijkste wedstrijden. Vroeg in het jaar stak ik tussen de profs in het Groene Hart mijn neus al een keer aan het venster, in OT reed ik zeer sterk in Limburg wat een 7e plek in de eindklassering opleverde en op het NK kon ik op een loodzwaar rondje flink weerwerk bieden aan Rabobank en 7e worden. Tussendoor reed ik ook sterk in Dutch Food Valley en ik kon goed mee tussen de profs in de Ster Elektro. Een geslaagd eerste deel van het seizoen dus. In het naseizoen wil ik naast goed koersen ook eens een koers winnen. Het voorseizoen reed ik voornamelijk goed in de grootste wedstrijden, maar kon ik het vaak net niet afmaken in kleinere koersen. Daar moet verandering in komen. Daarnaast wil ik proberen een goede Tour d’Alsace te doen. Dit alles om hopelijk beroepsrenner te worden volgend jaar of het jaar erna!

Ai. Nu de lastigste vraag. Waar zal ik ooit nog eens terecht komen met mijn eventuele gezin? Hier heb ik echt geen antwoord op. Wel weet ik dat ik niets uitsluit. Voor mijn studie en om mooi te kunnen trainen ben ik ooit in Maastricht beland. Voorlopig bevalt het me prima. Maar leven als een God in het buitenland lijkt me ook wel wat!

Nu het leukste deel, deze tikmachine doorgeven aan een ploegmaat. Aan Ger de eer. Ger en ik zijn nu al voor het 3e jaar achtereen ploegmaat en ik weet dat hij schrijven ook erg leuk vindt, dus vandaar. Bij Ger ben ik wel eens benieuwd naar zijn visie op ontspanning. Hij is namelijk fervent visser, iets wat toch ongeveer een synoniem voor ontspanning is. En daarnaast, hoe zie jij je een Twents leven met vissen, fietsen, timmeren en vriendin voor je? En hoe belangrijk is daarbij de stelling: de fiets en verder niets?

PS: mosselen winnen het nipt voor vlaai. Maar dat komt vooral doordat de nieuwe lichting erg goed is…